ECLI:NL:HR:2009:BH7857

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00510
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsdaad belastinginspecteur

Eisers hebben de Staat der Nederlanden gedagvaard wegens vermeende onrechtmatige overheidsdaad en machtsmisbruik door een belastinginspecteur, en vorderden schadevergoeding. De rechtbank 's-Gravenhage wees de vordering af, wat het gerechtshof bij arrest bekrachtigde. Tegen dit arrest werd cassatieberoep ingesteld.

De Hoge Raad overwoog dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat het niet nodig was om de rechtsvragen nader te motiveren, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De formele rechtskracht van belastingaanslagen en het gezag van gewijsde werden bevestigd, waardoor de vordering van eisers niet slaagde.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, waarbij het beroep werd verworpen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten. Hiermee is de afwijzing van de schadevergoeding definitief bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de afwijzing van de schadevergoeding bevestigd.

Uitspraak

5 juni 2009
Eerste Kamer
08/00510
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Eiseres 3],
gevestigd te [vestigingsplaats],
4. [Eiseres 4],
gevestigd te [vestigingsplaats],
5. [Eiser 5],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. DE STAAT DER NEDERLANDEN, (Ministerie van Financiën en Ministerie van Justitie),
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Staat c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] c.s. hebben bij exploten van 3 juli 2003 en 9 juli 2003 de Staat c.s. gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, de Staat c.s. te veroordelen om aan [eiser] c.s. schadevergoeding te betalen, op te maken bij staat, met rente en kosten.
De Staat c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 18 mei 2005 de vordering afgewezen.
Tegen het vonnis van 18 mei 2005 hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 13 september 2007 heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Staat c.s. mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat c.s. begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 juni 2009.