ECLI:NL:HR:2009:BH8583
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens overschrijding redelijke termijn zonder gevolgen
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad beoordeelde het eerste middel als niet ontvankelijk omdat het niet voldeed aan de wettelijke eisen voor een middel van cassatie. De overige middelen konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde voorwaardelijke geldboete van € 240 en de mate van overschrijding, zag de Hoge Raad geen aanleiding om rechtsgevolgen aan deze termijnoverschrijding te verbinden.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, uitgesproken op 26 mei 2009.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn zonder rechtsgevolgen.