ECLI:NL:HR:2009:BH8670
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevordering huurders wegens gederfd huurgenot en overgangsrecht
Eisers, huurders van woonruimte, vorderden bij de rechtbank Amsterdam schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming van de verhuurder in het verschaffen van ongestoord huurgenot vanaf 1997. De kantonrechter wees de vordering af. In hoger beroep bevestigde het gerechtshof Amsterdam dit vonnis.
Eisers stelden vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De reactie van eisers op dit advies was te laat ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was vanwege het ontbreken van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest bevestigt dat de vordering van de huurders wegens gederfd huurgenot niet toewijsbaar is en dat het overgangsrecht van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie van toepassing is. De Hoge Raad veroordeelde eisers in de kosten van het geding, maar stelde deze nihil aan de zijde van de verweerster.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurders wordt verworpen en hun schadevordering afgewezen.