2.2. Het Hof heeft het in het middel bedoelde verweer als volgt samengevat en verworpen:
"Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
De raadsman heeft overeenkomstig zijn pleitnota aangevoerd dat de privacy van verdachte is geschonden. Verbalisant [verbalisant 1] heeft het gesprek dat aangeefster met verdachte voerde heimelijk afgeluisterd. Hierdoor is sprake van een zodanig ernstige schending van de beginselen van een goede procesorde waarbij doelbewust dan wel met grove veronachtzaming van verdachtes belangen wordt tekort gedaan aan zijn recht op een behoorlijke behandeling van zijn zaak, dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Subsidiair dient volgens hem het proces-verbaal van bevindingen te worden uitgesloten van het bewijs, zodat vrijspraak behoort te volgen.
Het hof overweegt hieromtrent het volgende.
Blijkens het proces-verbaal van bevindingen (p. 19 van het proces-verbaal) is de navolgende gang van zaken gebleken:
- Op 27 maart 2006 omstreeks 17.15 uur kreeg verbalisant [verbalisant 1] samen met een collega tijdens hun surveillancedienst van de regionale meldkamer een melding dat op het adres [a-straat 1] te [plaats] de vrouw des huizes bedreigd was door haar aanstaande ex-man, verdachte, waarop verbalisanten ter plaatse gingen;
- In de woning troffen verbalisanten de vrouw des huizes, aangeefster, erg overstuur aan. Zij vertelde dat zij bedreigd was door verdachte;
- Op het moment dat verbalisanten ongeveer twintig minuten in de woning waren, ging de telefoon, waarna aangeefster de telefoon opnam;
- Aangeefster gebaarde naar de verbalisanten, waardoor zij begrepen dat dit verdachte moest zijn;
- Vervolgens nam verbalisant [verbalisant 1] op instigatie van de aangeefster de hoorn van een andere telefoon in de huiskamer op en luisterde een gedeelte van het gesprek mee;
- Verbalisant hoorde verdachte zeggen: "Je moet eindelijk eens normaal doen, ik laat aan jou de keus en anders is het geregeld". Toen aangeefster vroeg wat dat nou was met Joegoslaven, hoorde hij verdachte zeggen: "Ik hoef maar met mijn vingers te knippen en het is geregeld, aan jou de keus. Doe je normaal of niet".
Het hof stelt voorop dat uit artikel 139e juncto artikel 139a van het Wetboek van Strafrecht volgt dat het meeluisteren met een gesprek in opdracht van een der gespreksdeelnemers door een persoon, die geen deelnemer aan het gesprek is, niet strafbaar is gesteld. Het enkel afluisteren van een gesprek in opdracht van een gespreksdeelnemer door de politie betekent op zichzelf derhalve niet een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de andere gespreksdeelnemer die daartoe geen toestemming had gegeven en er ook niet van afwist. Het kan wel een inbreuk vormen, indien er bijkomende omstandigheden zijn. Daarvan is in de onderhavige zaak geen sprake. Op grond van bovenvermelde feiten en omstandigheden is het hof van oordeel, dat de politie op geen enkele wijze de totstandkoming van het gesprek of de inhoud ervan heeft gestuurd: de ambtenaren hebben zich ertoe beperkt op aanwijzing van de aangeefster mee te luisteren, hetgeen rechtmatig is. Het verweer wordt verworpen."