ECLI:NL:HR:2009:BH8840
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens overschrijding redelijke termijn zonder rechtsgevolg
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad beoordeelde of de middelen van cassatie aan de wettelijke vereisten voldeden en oordeelde dat één middel niet ontvankelijk was omdat het niet voldeed aan de eis van een stellige en duidelijke klacht. De overige middelen konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering.
Daarnaast stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de aard van de opgelegde voorwaardelijke geldboete van € 240,- en de mate van overschrijding, verbond de Hoge Raad hieraan geen rechtsgevolg.
De Hoge Raad besloot het beroep te verwerpen en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer op 26 mei 2009.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn zonder rechtsgevolg.