ECLI:NL:HR:2009:BH8850
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens overschrijding redelijke termijn zonder gevolgen
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad beoordeelt allereerst de ontvankelijkheid van het eerste middel en stelt vast dat dit geen middel in de zin van de wet is, waardoor het onbesproken blijft.
De overige middelen zijn eveneens niet toereikend om tot cassatie te leiden. De Hoge Raad ziet geen noodzaak tot nadere motivering omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde voorwaardelijke geldboete van € 240,- en de mate van overschrijding, ziet de Hoge Raad geen aanleiding om hieraan rechtsgevolgen te verbinden.
De Hoge Raad besluit daarom het beroep te verwerpen en bevestigt het arrest van het gerechtshof zonder verdere gevolgen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn zonder gevolgen.