ECLI:NL:HR:2009:BH9919
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van appeldagvaarding bij ontbreken inschrijving GBA ondanks bekende verblijfplaats
In deze strafzaak stond de geldigheid van de betekening van de appeldagvaarding centraal. Het hof had vastgesteld dat verdachte ten tijde van de betekening niet was ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA), maar dat wel een feitelijke woon- of verblijfplaats van hem bekend was. Desondanks schortte het hof het onderzoek op en riep verdachte op voor een nog nader te bepalen terechtzitting.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de appeldagvaarding nietig had moeten verklaren in plaats van het onderzoek te schorsen. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat bij een bekende feitelijke verblijfplaats, ook al ontbreekt inschrijving in het GBA, de betekening op dat adres moet plaatsvinden en een dagvaarding die niet op dat adres is betekend nietig is.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest en verklaarde de appeldagvaarding nietig. Hiermee werd de procedure in hoger beroep op dit punt hersteld en werd duidelijk gemaakt dat het ontbreken van inschrijving in het GBA niet betekent dat een dagvaarding geldig kan worden betekend op een ander adres dan de feitelijke verblijfplaats van verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de appeldagvaarding nietig wegens onjuiste betekening ondanks bekende feitelijke verblijfplaats.