ECLI:NL:HR:2009:BH9947
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Uitleveringswet bij uitleveringsverzoek vóór implementatie Europees kaderbesluit
In deze zaak stond centraal of een uitleveringsverzoek beoordeeld moest worden op grond van de Uitleveringswet (UW) of de Overleveringswet (OLW). Het verzoek was ingediend vóórdat Italië, de verzoekende staat, het Kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel had geïmplementeerd. De Rechtbank Maastricht verklaarde zich onbevoegd omdat zij meende dat de OLW van toepassing was.
De Hoge Raad stelde vast dat de OLW geen regeling bevat voor situaties waarin het verzoek binnenkomt vóór de implementatie van het Kaderbesluit, maar de implementatie daarna wel plaatsvindt, nog vóór de beslissing van de rechtbank. De redelijke wetstoepassing brengt mee dat in zo'n geval de UW van toepassing blijft en het verzoek op basis daarvan moet worden behandeld.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat de zaak inhoudelijk door de Hoge Raad zelf zou worden behandeld. Hiermee werd bevestigd dat de rechtbank ten onrechte haar bevoegdheid had ontkend. De zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling volgens de UW.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en bepaalt dat het uitleveringsverzoek op grond van de Uitleveringswet moet worden behandeld.