ECLI:NL:HR:2009:BI0070
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst winkelruimte wegens dringend eigen gebruik en ontvankelijkheid vordering
In deze zaak gaat het om de beëindiging van een huurovereenkomst van een winkelruimte wegens dringend eigen gebruik door de verhuurder Aldi Vastgoed B.V. Aldi had de huurovereenkomst opgezegd en vorderde bij de kantonrechter beëindiging van de huurovereenkomst per 1 september 2005. De kantonrechter wees de vordering toe, maar het gerechtshof Arnhem vernietigde dit vonnis en wees de vordering af.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst tijdig was ingesteld, waarbij het hof oordeelde dat de vordering vóór het tijdstip van opzegging moest worden ingesteld, anders zou de opzegging haar werking verliezen. De Hoge Raad oordeelde dat de wet, met name artikel 7:295 lid 2 BW Pro, geen termijn stelt voor het instellen van de vordering en dat het oordeel van het hof daarom onjuist was.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak voor verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de huurder in de kosten van het cassatiegeding. De zaak betreft een belangrijke rechtsvraag over de ontvankelijkheid van vorderingen tot beëindiging van huurovereenkomsten wegens dringend eigen gebruik en de toepassing van vervaltermijnen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.