ECLI:NL:HR:2009:BI0070

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12219
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:295 lid 2 BW
Verwijzingen
3 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging huurovereenkomst winkelruimte wegens dringend eigen gebruik en ontvankelijkheid vordering

In deze zaak gaat het om de beëindiging van een huurovereenkomst van een winkelruimte wegens dringend eigen gebruik door de verhuurder Aldi Vastgoed B.V. Aldi had de huurovereenkomst opgezegd en vorderde bij de kantonrechter beëindiging van de huurovereenkomst per 1 september 2005. De kantonrechter wees de vordering toe, maar het gerechtshof Arnhem vernietigde dit vonnis en wees de vordering af.

De kern van het geschil betrof de vraag of de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst tijdig was ingesteld, waarbij het hof oordeelde dat de vordering vóór het tijdstip van opzegging moest worden ingesteld, anders zou de opzegging haar werking verliezen. De Hoge Raad oordeelde dat de wet, met name artikel 7:295 lid 2 BW Pro, geen termijn stelt voor het instellen van de vordering en dat het oordeel van het hof daarom onjuist was.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak voor verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de huurder in de kosten van het cassatiegeding. De zaak betreft een belangrijke rechtsvraag over de ontvankelijkheid van vorderingen tot beëindiging van huurovereenkomsten wegens dringend eigen gebruik en de toepassing van vervaltermijnen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Uitspraak

12 juni 2009
Eerste Kamer
07/12219
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ALDI VASTGOED B.V.,
gevestigd te Culemborg,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. D. Stoutjesdijk,
t e g e n
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Aldi en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Aldi heeft bij exploot van 21 juli 2005 [verweerster] gedagvaard voor de rechtbank Zutphen, sector kanton, en gevorderd, kort gezegd, dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis de huurovereenkomst tussen partijen tegen 1 september 2005 zal beëindigen, met de gebruikelijke nevenvorderingen.
[Verweerster] heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 14 februari 2006 de vordering toegewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Aldi heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 3 juli 2007 heeft het hof in het principaal beroep het vonnis van de kantonrechter vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van Aldi tot beëindiging van de huurovereenkomst tussen partijen alsnog afgewezen en in het incidenteel beroep Aldi niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Aldi beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot vernietiging.
3. Beoordeling van het middel
3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Tussen [verweerster] als huurster en [A] B.V. als verhuurster is op 14 december 1994 een overeenkomst gesloten met betrekking tot de huur en verhuur van 55 m2 winkelruimte in een gebouwencomplex te Zutphen.
(ii) Aldi Vastgoed heeft dit complex van [A] B.V. per 1 juni 2000 gekocht.
(iii) Bij aangetekende brief van 2 december 2003 heeft Aldi Vastgoed aan [verweerster] de huur opgezegd tegen 1 januari 2005 op de grond dat zij de winkelruimte dringend nodig heeft voor eigen gebruik.
(iv) De inleidende dagvaarding met de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst is op 21 juli 2005 aan [verweerster] betekend.
3.2 De vordering van Aldi Vastgoed strekt tot beëindiging van de huurovereenkomst per 1 september 2005, althans een in goede justitie vast te stellen datum. De kantonrechter heeft deze vordering toegewezen met als datum van beëindiging: 1 september 2006. Het hof heeft de vordering afgewezen.
3.3.1 Het middel keert zich in onderdeel 1 terecht tegen het oordeel van het hof (in rov. 5.2) dat uitgangspunt moet zijn dat instelling van een vordering als de onderhavige in ieder geval moet plaatsvinden vóór het tijdstip waartegen is opgezegd en dat de opzegging van de huurovereenkomst, als de vordering niet tijdig is ingesteld, haar werking heeft verloren.
De wet stelt immers geen termijn waarbinnen de verhuurder de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst als bedoeld in het hier toepasselijke art. 7:295 lid 2 BW Pro dient in te stellen. Ook uit het stelsel van de wet valt niet af te leiden dat de opzegging van de huuurovereenkomst haar werking verliest als deze vordering wordt ingesteld na het tijdstip waartegen is opgezegd. Het oordeel van het hof geeft dus blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt het arrest van het gerechtshof te Arnhem van 3 juli 2007;
verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch;
veroordeelt [verweerster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op heden begroot op € 452,03 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 juni 2009.