ECLI:NL:HR:2009:BI0123

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01378 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 467 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling in strafzaak diefstal

De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin de aanvrager was veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen. De aanvrage is gebaseerd op de stelling dat sprake is van persoonsverwisseling, waarbij een ander zich ten onrechte van de naam van de aanvrager heeft bediend.

De Hoge Raad heeft de aanvrage tot herziening gegrond verklaard op grond van art. 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sv, en heeft voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het arrest bevolen. Vervolgens is de zaak verwezen naar het Gerechtshof te Leeuwarden voor nieuwe behandeling en afdoening conform art. 467, eerste lid, Sv.

De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt ondersteunde deze beslissing, waarbij hij stelde dat de omstandigheden die de aanvrager aanvoerde voldoende waren om de herziening toe te staan. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad en op 7 april 2009 uitgesproken.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling.

Uitspraak

7 april 2009
Strafkamer
nr. 08/01378 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 januari 2005, nummer 22/003338-04, ingediend door mr. M. Elderhuis, advocaat te Winschoten, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 19 maart 2004 - de aanvrager ter zake van "diefstal door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot een geldboete van € 320,-, subsidiair zes dagen hechtenis. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij [...] toegewezen en aan de aanvrager een betalingsverplichting opgelegd een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. De aanvrage tot herziening
2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat sprake is van een persoonsverwisseling en dat [betrokkene 1] zich ten onrechte van de naam van de aanvrager heeft bediend.
3. De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal
De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een ander gerechtshof, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.
4. Beoordeling van de aanvrage
Op de door de waarnemend Advocaat-Generaal in zijn conclusie genoemde gronden moeten de door de aanvrager gestelde omstandigheden worden aangemerkt als omstandigheden als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrage is dus gegrond.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;
beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 januari 2005;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Leeuwarden, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 7 april 2009.