ECLI:NL:HR:2009:BI0262
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende nieuwe gronden in zaak feitelijke aanranding eerbaarheid
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter te Almelo, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De oorspronkelijke straf bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar, een taakstraf van tachtig uur, subsidiair veertig dagen hechtenis, en een schadevergoedingsmaatregel.
Eerder had de Hoge Raad op 23 mei 2006 een soortgelijk verzoek tot herziening reeds afgewezen. Het huidige verzoek steunt op dezelfde gronden die toen ongenoegzaam zijn geoordeeld. Daarom oordeelt de Hoge Raad dat het verzoek niet kan worden ontvangen en verklaart zij het niet-ontvankelijk.
De beslissing werd genomen door de Strafkamer van de Hoge Raad op 7 april 2009, waarbij de vice-president als voorzitter en twee raadsheren het arrest hebben gewezen. Hiermee blijft het oorspronkelijke vonnis ongewijzigd en wordt de rechtsgang voortgezet zonder herziening.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende nieuwe gronden.