ECLI:NL:HR:2009:BI1308
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bijzondere voorwaarde teruggeven gestolen hond in strafzaak
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 250 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte het door hem gestolen hondje teruggeeft aan de eigenaresse. Het hof motiveerde dat deze voorwaarde de verdachte de gelegenheid geeft de schade deels ongedaan te maken.
Verdachte stelde in cassatie dat art. 14c Sr een dergelijke bijzondere voorwaarde niet toestaat. De Hoge Raad verwierp dit middel en oordeelde dat de opvatting onjuist is. Daarnaast vond de Hoge Raad dat het hof zijn beslissing ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk heeft genomen en dat feiten en omstandigheden die niet in feitelijke aanleg zijn aangevoerd niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden en heeft daarom ambtshalve de duur van de gevangenisstraf verminderd tot 237 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep van verdachte werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 237 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met de bijzondere voorwaarde dat de gestolen hond wordt teruggegeven.