ECLI:NL:HR:2009:BI1423
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De klacht betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM tijdens de cassatiefase. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de strafduur betreft, met vermindering van de straf naar de gebruikelijke maatstaf.
De Hoge Raad oordeelde dat de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie gegrond was en dat dit aanleiding gaf tot strafvermindering. De opgelegde gevangenisstraf van twee jaren werd verminderd tot een jaar en tien maanden. Voor het overige werd het beroep verworpen en bleef het arrest in stand.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad, waarbij tevens een waarnemend griffier aanwezig was. De uitspraak benadrukt het belang van het waarborgen van een redelijke termijn in strafprocedures, ook in de cassatiefase.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot een jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.