ECLI:NL:HR:2009:BI1481
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap bij echtscheiding op basis van peildatum
In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen voormalige echtelieden centraal. De man verzocht de rechtbank om echtscheiding uit te spreken en een verdeling van de gemeenschap, waarbij hij een bedrag van €1.835.000,-- vorderde. De vrouw stelde dat de peildatum voor de verdeling moest liggen op het moment van het huwelijk of een later tijdstip, en maakte bezwaar tegen de vermeerdering van het verzoek.
De rechtbank stelde uiteindelijk als peildatum voor de samenstelling van de gemeenschap de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking vast en voor de waarde 1 januari 2006. Het hof stelde de peildatum op 6 juni 2006. De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de vrouw niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Hiermee bleef de peildatum van het hof voor de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de peildatum voor de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap op 6 juni 2006.