ECLI:NL:HR:2009:BI1971
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt aanslag vermogensbelasting 2000 wegens binnenlandse schuld en overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende kreeg voor de jaren 1999 en 2000 aanslagen in de vermogensbelasting opgelegd, inclusief een boete voor 1999. Het Hof verklaarde het beroep gegrond voor de aanslag 1999 en vernietigde deze gedeeltelijk, maar wees het beroep tegen de boete af. Voor 2000 werd het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraken. De Hoge Raad oordeelde dat de hypothecaire lening uit 1995 moest worden aangemerkt als een binnenlandse schuld in de zin van artikel 13, lid 2, Wet VB 1964, omdat deze was verzekerd door hypotheek op een in Nederland gelegen onroerende zaak. Hierdoor kwam de rente in aanmerking bij de bepaling van het binnenlandse onzuivere inkomen.
De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraak van het Hof over de aanslag 2000 en verminderde deze aanslag tot nihil. Tevens constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan twaalf maanden, wat voldoende compensatie bood voor de opgelegde boete van €113.
Verder veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën en de Inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat de Staat deze kosten moet vergoeden. Het arrest werd uitgesproken op 24 april 2009 door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.
Uitkomst: De aanslag vermogensbelasting 2000 wordt vernietigd en verminderd tot nihil wegens kwalificatie van de lening als binnenlandse schuld en overschrijding van de redelijke termijn.