ECLI:NL:HR:2009:BI1980
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afrondingsmethode omzetbelasting volgens rekenkundige methode
Deze zaak betreft een cassatieberoep van de fiscale eenheid Koninklijke Ahold N.V. tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over de wijze van afronden van de verschuldigde omzetbelasting.
De Hoge Raad verwijst naar een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 10 juli 2008, waarin werd vastgesteld dat lidstaten zelf regels mogen vaststellen voor de afronding van btw-bedragen, mits zij het beginsel van fiscale neutraliteit en het evenredigheidsbeginsel respecteren. Het gemeenschapsrecht bevat geen verplichting om afronding per artikel naar beneden toe toe te staan.
De Hoge Raad bevestigt dat de rekenkundige afrondingsmethode, waarbij cijfers van 0 tot 4 blijven staan en cijfers van 5 tot 9 worden afgerond naar boven, de meest nauwkeurige methode is en geschikt voor de berekening van de verschuldigde omzetbelasting. Hoewel deze methode soms leidt tot een fractie van een eurocent meer dan het wettelijke percentage, acht de Hoge Raad dit acceptabel. Belanghebbende heeft geen feiten aangevoerd die een andere methode zouden rechtvaardigen.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de rekenkundige afrondingsmethode voor omzetbelasting.