ECLI:NL:HR:2009:BI2032
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling en niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding termijn
Verzoekster was betrokken bij een schuldsaneringsregeling (WSNP) die door de rechtbank Rotterdam bij vonnis van 29 april 2008 werd beëindigd op verzoek van de rechter-commissaris en de bewindvoerder. Verzoekster stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Na mondelinge behandeling verklaarde het hof haar bij arrest van 30 september 2008 niet-ontvankelijk in haar hoger beroep vanwege overschrijding van de in artikel 351 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gestelde termijn.
Tegen dit arrest stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van verzoekster en bevestigt daarmee het arrest van het hof. De procedure toont het belang van tijdige beroepsinstelling binnen de wettelijke termijnen in insolventiezaken en bevestigt de strikte toepassing van de niet-ontvankelijkheidsregel bij overschrijding van de appeltermijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest dat verzoekster niet-ontvankelijk verklaarde in hoger beroep wordt bevestigd.