ECLI:NL:HR:2009:BI2032

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04245
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 351 lid 1 RvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling en niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding termijn

Verzoekster was betrokken bij een schuldsaneringsregeling (WSNP) die door de rechtbank Rotterdam bij vonnis van 29 april 2008 werd beëindigd op verzoek van de rechter-commissaris en de bewindvoerder. Verzoekster stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Na mondelinge behandeling verklaarde het hof haar bij arrest van 30 september 2008 niet-ontvankelijk in haar hoger beroep vanwege overschrijding van de in artikel 351 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gestelde termijn.

Tegen dit arrest stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het beroep van verzoekster en bevestigt daarmee het arrest van het hof. De procedure toont het belang van tijdige beroepsinstelling binnen de wettelijke termijnen in insolventiezaken en bevestigt de strikte toepassing van de niet-ontvankelijkheidsregel bij overschrijding van de appeltermijn.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest dat verzoekster niet-ontvankelijk verklaarde in hoger beroep wordt bevestigd.

Uitspraak

26 juni 2009
Eerste Kamer
08/04245
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoekster tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij voordracht van de rechter-commissaris en op verzoek van de bewindvoerder heeft de rechtbank Rotterdam bij vonnis van 29 april 2008 de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoekster] beëindigd.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na een mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 30 september 2008 [verzoekster] niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 26 juni 2009.