ECLI:NL:HR:2009:BI2307
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij verjaarde soortgelijke feiten
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch over de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof had geoordeeld dat ontneming niet mogelijk is voor soortgelijke feiten waarvoor de vervolging wegens verjaring niet meer mogelijk is.
De Hoge Raad stelt dat deze opvatting onjuist is omdat noch de tekst van art. 36e Wetboek van Strafrecht, noch de wetsgeschiedenis deze beperking ondersteunt. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.
De zaak betreft feiten van verkoop van kleine hoeveelheden hennep en hashish, waarvan sommige vóór 7 juli 2002 zijn gepleegd en volgens het hof verjaard zouden zijn. De Hoge Raad benadrukt dat het voordeel uit deze soortgelijke feiten wel moet worden betrokken bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van art. 36e Sr omtrent ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel bij soortgelijke feiten, ook indien vervolging wegens verjaring niet meer mogelijk is.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting waarbij ontneming ook mogelijk is voor verjaarde soortgelijke feiten.