ECLI:NL:HR:2009:BI3559
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en gebruik CIE-pv als niet-bewijsmiddel
In deze cassatieprocedure tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch stond de vraag centraal of het proces-verbaal van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) als bewijsmiddel mocht worden gebruikt en of de redelijke termijn was overschreden.
Het Hof had het CIE-pv gebruikt om de aanleiding van het strafrechtelijk onderzoek te illustreren, maar niet als zelfstandig bewijsmiddel voor de bewezenverklaring. De verdachte voerde aan dat dit proces-verbaal ten onrechte als bewijsmiddel was ingezet, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit niet het geval was en verwierp dit middel.
Daarnaast stelde de verdachte dat de redelijke termijn voor het indienen van stukken was overschreden, wat de Hoge Raad gegrond achtte. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk naar 22 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot 22 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.