ECLI:NL:HR:2009:BI3759
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing overgangsrecht in cassatieberoep sociale verzekeringen
Deze zaak betreft een cassatieberoep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) inzake een besluit op grond van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). De Centrale Raad had het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
De kern van het geschil betreft de toepassing van het overgangsrecht uit de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen, die per 1 januari 2006 de CSV heeft ingetrokken. De Hoge Raad oordeelt dat het overgangsrecht, dat bepaalt dat het vóór 1 januari 2006 geldende recht blijft gelden voor aanhangige procedures, ook van toepassing is op cassatieberoepen tegen uitspraken van de Centrale Raad.
De Hoge Raad stelt vast dat hoewel het cassatieberoep niet expliciet in de overgangsbepalingen wordt genoemd, uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever dit wel heeft beoogd. De middelen die tegen de uitspraak van de Centrale Raad waren gericht, betroffen geen schending van de toepasselijke artikelen van de CSV, zodat deze middelen niet tot cassatie konden leiden.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep bevestigd.