ECLI:NL:HR:2009:BI3777

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
43002bis
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • D.G. van Vliet
  • P. Lourens
  • A.R. Leemreis
  • E.N. Punt
  • J.A.C.A. Overgaauw
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EEG) nr. 2658/87Verordening (EG) nr. 1832/2002
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt uitspraak over tariefindeling optocouplers onder douanenomenclatuur

Deze zaak betreft een cassatieberoep van X B.V. tegen een uitspraak van de Rechtbank Haarlem over de tariefindeling van optocouplers in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). De Rechtbank had geoordeeld dat de optocouplers onder post 8543 89 95 van de GN vielen, maar het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft in een prejudiciële uitspraak van 2 oktober 2008 geoordeeld dat optocouplers onder post 8541 vallen, ongeacht of zij een versterkerschakeling bevatten.

De Hoge Raad verwijst naar deze prejudiciële beslissing en oordeelt dat het oordeel van de Rechtbank onjuist is. Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond en vernietigt de uitspraak van de Rechtbank en de bestreden beschikking van de Inspecteur. De zaak wordt zelf afgedaan door de Hoge Raad.

Verder veroordeelt de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van de proceskosten aan de zijde van belanghebbende, waaronder griffierechten en kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Hiermee komt een einde aan het geding, waarbij de juiste tariefindeling van optocouplers onder post 8541 van de GN is vastgesteld.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van de Rechtbank en bevestigt dat optocouplers onder post 8541 van de Gecombineerde Nomenclatuur vallen.

Uitspraak

nr. 43.002bis
15 mei 2009
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank te Haarlem van 22 december 2005, nr. AWB 05/1482, na beantwoording van de door de Hoge Raad bij na te melden arrest aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen gestelde vragen.
1. Ontstaan en loop van het geding
Voor een overzicht van het ontstaan en de loop van het geding tot aan het door de Hoge Raad in dit geding gewezen arrest van 10 augustus 2007, nr. 43002, BNB 2007/289, wordt verwezen naar dat arrest, waarbij de Hoge Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft verzocht een prejudiciële beslissing te geven over de in dat arrest geformuleerde vragen.
Bij arrest van 2 oktober 2008, X B.V., C-411/07, BNB 2008/296, heeft het Hof van Justitie, uitspraak doende op die vragen, voor recht verklaard:
De gecombineerde nomenclatuur opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1832/2002 van de Commissie van 1 augustus 2002, moet aldus worden uitgelegd dat een optocoupler onder post 8541 valt, ongeacht of hij een versterkerschakeling omvat.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op dit arrest, van welke gelegenheid zij gebruik hebben gemaakt.
2. Nadere beoordeling van de middelen
2.1. De Rechtbank heeft geoordeeld dat de onderhavige optocouplers onder post 8543 89 95 van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: GN) ingedeeld dienen te worden. Uit het hiervoor in 1 aangehaalde arrest van het Hof van Justitie volgt dat dit oordeel onjuist is, omdat octocouplers onder post 8541 van de GN vallen ook indien zij een versterkerschakeling omvatten. Het eerste middel slaagt derhalve.
2.2. Gelet op hetgeen hiervoor in 2.1 is overwogen kan de uitspraak van de Rechtbank niet in stand blijven. De middelen behoeven voor het overige geen behandeling. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
3. Proceskosten
De Staatssecretaris van Financiën zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie en de Inspecteur in de kosten van het geding voor de Rechtbank.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van de Rechtbank alsmede de uitspraak van de Inspecteur en diens bestreden beschikking,
gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 103, alsmede het bij de Rechtbank betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor de Rechtbank ten bedrage van € 276, derhalve in totaal € 379,
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 4105,50 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand,
veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding voor de Rechtbank aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 644 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en
wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, A.R. Leemreis, E.N. Punt en J.A.C.A. Overgaauw, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2009.