ECLI:NL:HR:2009:BI3778
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete vennootschapsbelasting wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg over het jaar 1998 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd, inclusief een boete. De Inspecteur verklaarde het bezwaar tegen de navorderingsaanslag niet-ontvankelijk en het bezwaar tegen de boetebeschikking ongegrond. Het Hof verklaarde het beroep tegen deze uitspraken gegrond, vernietigde de uitspraken, handhaafde de navorderingsaanslag en verminderde de boete van ƒ 267.844 tot ƒ 241.059.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het hofarrest. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond, vernietigde het hofarrest en de inspecteursbesluiten voor zover deze betrekking hadden op de boete, en verminderde de boete ambtshalve tot € 104.369,45 vanwege overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure.
De Hoge Raad oordeelde dat het tijdsverloop van meer dan twaalf maanden sinds het instellen van het cassatieberoep een overschrijding van de redelijke termijn opleverde zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Daarom was een verdere vermindering van de boete op zijn plaats. Er werden geen proceskosten aan de partijen opgelegd.
Uitkomst: De boete werd ambtshalve verminderd tot € 104.369,45 wegens overschrijding van de redelijke termijn.