ECLI:NL:HR:2009:BI3837
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Strafvermindering wegens schending redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin een verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaren. De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de cassatiefase meer dan zestien maanden duurde.
Als gevolg hiervan werd de opgelegde straf verminderd tot acht jaren en zes maanden. De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat deze geen aanleiding gaven tot vernietiging van het hofarrest of beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De uitspraak benadrukt het belang van de redelijke termijn in strafprocedures, zeker wanneer de verdachte in voorlopige hechtenis verkeert. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en handhaafde het verder.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot acht jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.