ECLI:NL:HR:2009:BI3838

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00981/07
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis, en vermindert deze naar 171 uren taakstraf en 85 dagen hechtenis.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het arrest met betrekking tot de strafmaat en vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen. De Hoge Raad oordeelt dat het middel geen cassatiegrond oplevert en dat geen nadere motivering nodig is.

De Hoge Raad stelt vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden, omdat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot vermindering van de taakstraf en de vervangende hechtenis.

Het arrest wordt gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad en bevat een ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak, waarbij het cassatieberoep voor het overige wordt verworpen.

Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd tot 171 uren en de vervangende hechtenis tot 85 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

30 juni 2009
Strafkamer
nr. 00981/07
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 4 januari 2007, nummer 21/005584-05, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C.W. Noorduyn, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, tot vermindering van die straf naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde taakstraf in de vorm van een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
vermindert het aantal uren taakstraf in die zin dat dit 171 uren bedraagt;
vermindert de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 85 dagen beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 30 juni 2009.