ECLI:NL:HR:2009:BI3842
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Strafvermindering wegens schending redelijke termijn in cassatiefase
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 8 september 2009 uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 3 juli 2007.
Het middel in cassatie betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, doordat het hof de stukken te laat inzond. De Hoge Raad oordeelde dat dit middel gegrond was en dat dit aanleiding gaf tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met twee jaar en vier maanden.
De overige middelen in cassatie werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en beperkte de strafvermindering tot twee jaar en vier maanden.
De uitspraak werd gewezen door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren, en het arrest werd op 8 september 2009 uitgesproken.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd met twee jaar en vier maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.