ECLI:NL:HR:2009:BI4051
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid bij ontbreken oormerken schapen en geiten zonder vrijstelling
De zaak betreft een strafzaak tegen verdachte die op 21 januari 2004 in de gemeente Westerveld drie schapen en acht geiten hield zonder de verplichte oormerken. Het hof stelde vast dat verdachte opzettelijk in strijd met de Regeling identificatie en registratie van dieren handelde en veroordeelde hem.
Verdachte voerde onder meer aan dat de Europese Richtlijn 92/102/EEG een mogelijkheid tot vrijstelling van de oormerkplicht bood indien een ander sluitend identificatiesysteem werd gebruikt. De Hoge Raad oordeelde dat deze interpretatie onjuist is: Nederland heeft geen vrijstelling van de Europese Commissie verkregen en mag daarom geen vrijstelling verlenen.
Daarnaast stelde verdachte zich op het standpunt van overmacht, omdat het aanbrengen van oormerken een lichamelijke ingreep is die volgens de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren verboden is. De Hoge Raad verwierp dit verweer omdat de oormerkplicht een verplichting is die voortvloeit uit Europese regelgeving en een uitzondering vormt op het verbod op lichamelijke ingrepen.
De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht het beroep op vrijstelling en overmacht heeft verworpen en bevestigt de strafbaarheid van verdachte. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de overschrijding van de redelijke termijn geen gevolgen heeft voor het oordeel.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt strafbaarheid en verwerpt cassatieberoep wegens ontbreken oormerken zonder vrijstelling.