ECLI:NL:HR:2009:BI4062
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn cassatiefase
In deze zaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad beoordeelt de middelen van cassatie die door de raadsman zijn voorgesteld. Het eerste middel wordt niet nader gemotiveerd omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept. Het tweede middel voldoet niet aan de wettelijke vereisten en blijft onbesproken.
Het derde middel betreft de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, doordat het hof de stukken te laat heeft ingezonden in de cassatiefase. De Hoge Raad acht dit middel gegrond en vermindert daarom de opgelegde gevangenisstraf van drie jaren met twee jaar en acht maanden.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de straf en verwerpt het beroep voor het overige. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 8 september 2009.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot twee jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.