ECLI:NL:HR:2009:BI4738

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00348
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering opzet bij aflevering en verkoop verboden geneesmiddelen

In deze strafzaak stond de vraag centraal of het opzet van verdachte gericht was op het afleveren en verkopen van geneesmiddelen en ongeregistreerde farmaceutische spécialités. Verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld voor het opzettelijk afleveren en verkopen van capsules van het merk Stackers 2, ondanks twijfels over de legaliteit.

Verdachte verklaarde tijdens de terechtzitting in hoger beroep dat zij zich niet bewust was van de strafbaarheid van de verkoop, maar dat zij uit geldelijk gewin handelde. Het hof oordeelde dat het opzet, althans in voorwaardelijke zin, aanwezig was omdat verdachte bewust handelde ondanks twijfels.

De Hoge Raad stelde echter vast dat uit de bestreden uitspraak en met name de motivering van het hof niet zonder meer kan worden afgeleid dat het opzet van verdachte gericht was op de aflevering en verkoop van de geneesmiddelen en ongeregistreerde spécialités. Hierdoor was de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep. De zaak zal daar opnieuw worden behandeld en afgedaan op basis van een deugdelijke motivering van het opzet.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.

Uitspraak

22 september 2009
Strafkamer
Nr. 08/00348
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, Economische Kamer, van 27 maart 2007, nummer 21/002722-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.J. Schadd, advocaat te Velp, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak opdat deze op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt over het onder 1 en 2 bewezenverklaarde opzet.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"1. zij op tijdstippen in de periode van de maand maart 2005 tot en met 25 oktober 2005 in de gemeente Westervoort, als een persoon, die niet bevoegd is tot uitoefening der artsenijbereidkunst, opzettelijk geneesmiddelen, te weten 8 potten, met capsules van het merk Stackers 2 heeft afgeleverd.
2. zij op tijdstippen in de periode van de maand maart 2005 tot en met 25 oktober 2005 in de gemeente Westervoort, opzettelijk ongeregistreerde farmaceutische spécialités te weten
B. 8 potten met capsules van het merk Stackers 2 heeft verkocht en afgeleverd,
C. 12 potten met capsules van het merk Stackers 2 ter aflevering in voorraad heeft gehad."
2.2.2. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 13 maart 2007 heeft de verdachte aldaar verklaard:
"Ik was me er niet van bewust dat de verkoop van de dieetpillen van het merk "Stackers 2" strafbaar was. Ik kreeg wel enige twijfels maar ik zag dat ze overal te bestellen waren. Ik heb wel hier en daar gevraagd of deze dieetpillen verboden waren maar mij werd gezegd dat dit niet zo was. Ik wist wel dat uit een bepaald rapport bleek dat ze niet helemaal veilig waren. Ik wilde met de verkoop een zakcentje bijverdienen. Ik had geen idee welke grondstoffen er in de pillen zaten. Tot drie maanden geleden waren ze volgens mij vrij te koop. Ik verkocht ze dus in een soort overgangsperiode. Ik weet dat het nu niet meer mag en ik zal het ook niet meer doen."
2.2.3. Het Hof heeft dienaangaande het volgende overwogen:
"Ondanks de twijfels die verdachte had over de legaliteit van haar handelen, besloot zij uit geldelijk gewin toch over te gaan tot de handel in en verkoop van de verboden middelen. Hierdoor is voldoende komen vast te staan dat het opzet, van verdachte minstgenomen in de voorwaardelijke vorm, was gericht op de handel en verkoop van de verboden middelen."
2.3. Uit de bestreden uitspraak en in het bijzonder uit 's Hofs hiervoor weergegeven overwegingen kan niet zonder meer worden afgeleid dat het opzet van de verdachte - al niet in voorwaardelijke vorm - was gericht op de aflevering van geneesmiddelen, zoals onder 1 is bewezenverklaard, alsmede op de verkoop en aflevering onderscheidenlijk het ter aflevering in voorraad hebben van ongeregistreerde farmaceutische spécialités, zoals onder 2 is bewezenverklaard. De bewezenverklaring van deze feiten is daarom niet naar behoren gemotiveerd.
2.4. Het middel is gegrond
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem, Economische Kamer, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 22 september 2009.