ECLI:NL:HR:2009:BI5100
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling BPM-heffing voor in Duitsland geregistreerde nieuwe personenauto's
Belanghebbende heeft in 2004 tien exclusieve personenauto's, die eerder in Duitsland op kenteken waren gesteld, ingevoerd en BPM betaald op basis van de netto catalogusprijs met een vermindering volgens de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen (Wet BPM). Na bezwaar en beroep bij de rechtbank en het hof werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard door het Hof, dat oordeelde dat de auto's als nieuwe auto's moeten worden aangemerkt voor de BPM-heffing.
Het Hof verwierp de taxatierapporten die een waardevermindering aangaven omdat deze uitgingen van gebruikte voertuigen, terwijl de auto's in nieuwstaat verkeerden en slechts kort op Duits kenteken stonden. De Hoge Raad bevestigt dat de BPM-heffing niet in strijd is met het gemeenschapsrecht en dat de maatstaf van nieuwe auto's geldt, ook al waren de auto's reeds in Duitsland geregistreerd.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt daarmee het oordeel van het Hof dat de auto's als nieuwe personenauto's moeten worden beschouwd voor de heffing van BPM. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de BPM-heffing voor de in Duitsland geregistreerde nieuwe auto's blijft gehandhaafd.