ECLI:NL:HR:2009:BI5727
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van appeldagvaarding wegens ontbreken betekening
In deze strafzaak was de verdachte niet verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep van 8 februari 2007, waarna het hof verstek tegen hem verleende. Bij de stukken die aan de Hoge Raad werden toegezonden ontbraken het dubbel van de dagvaarding en de akte van uitreiking voor deze terechtzitting. De voorzitter van het hof meldde dat deze stukken na de terechtzitting in het ongerede waren geraakt en ondanks naspeuringen niet meer konden worden getraceerd.
De Hoge Raad oordeelde dat hierdoor moet worden aangenomen dat de appeldagvaarding niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is betekend. Dit leidt tot nietigheid van de dagvaarding in hoger beroep. Het middel van cassatie dat dit betoogde werd dan ook gegrond verklaard.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest van het hof en verklaarde de dagvaarding in hoger beroep nietig. Hiermee werd het proces in hoger beroep vanwege een procedureel gebrek beëindigd. De uitspraak onderstreept het belang van correcte betekening van dagvaardingen in strafprocedures.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de appeldagvaarding nietig wegens ontbreken van de wettelijk voorgeschreven betekening.