ECLI:NL:HR:2009:BI5740
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring inbraak wegens onvoldoende motivering
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor inbraak op 15 juli 2006, waarbij hij onder meer een scartkabel, DVD, zonnebril, digitale camera, DVD-speler, sigaretten, CD-roms en een mobiele telefoon uit een woning zou hebben weggenomen na het forceren van een deur. De bewezenverklaring steunde op diverse politieverklaringen en getuigenverklaringen, waaronder die van het slachtoffer en omstanders die verdachte herkend hadden.
De verdediging stelde onder meer vragen bij de motivering van het bewijs dat de deur daadwerkelijk was geforceerd. De Hoge Raad oordeelde dat dit onderdeel van de bewezenverklaring niet voldoende uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid, waardoor de uitspraak niet voldoet aan de wettelijke eisen voor motivering.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof voor zover het de bewezenverklaring en de strafoplegging betrof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting en beslissing. Voor het overige werd het beroep verworpen.
De uitspraak benadrukt het belang van een volledige en deugdelijke motivering van de bewezenverklaring, met name bij essentiële feiten zoals het forceren van de toegangsdeur bij een inbraak.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bewezenverklaring over het forceren van de deur en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.