ECLI:NL:HR:2009:BI5741
Hoge Raad
- Cassatie
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen verlof tot tenuitvoerlegging buitenlandse strafvonnis
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, waarbij verlof is verleend tot tenuitvoerlegging van een vonnis van een Amerikaanse rechtbank. De veroordeelde was in de Verenigde Staten veroordeeld tot een gevangenisstraf van zestien maanden wegens een financieel delict.
In cassatie werd beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk was. Volgens de Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen en Aruba staat beroep in cassatie open tegen vonnissen in strafzaken, waarbij de term 'verdachte' en 'vonnis' strikt worden uitgelegd. Het verleende verlof tot tenuitvoerlegging wordt niet aangemerkt als een vonnis in een strafzaak en de veroordeelde wordt niet als verdachte beschouwd in de zin van de Cassatieregeling.
De Hoge Raad oordeelde dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor het instellen van cassatieberoep tegen een dergelijk verlof. Daarom werd het beroep van de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest bevestigt de beperkte reikwijdte van cassatieberoep in zaken betreffende tenuitvoerlegging van buitenlandse strafvonnissen binnen het rechtsgebied van de Nederlandse Antillen en Aruba.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de veroordeelde wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtsgrondslag.