ECLI:NL:HR:2009:BI5909

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02847
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopig deskundigenbericht in civiele procedure tegen ING Groep en ING Bank

In deze zaak heeft verzoeker bij het gerechtshof te Amsterdam een verzoek ingediend om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen in lopende civiele procedures tegen ING Groep, ING Bank en een derde verweerder. Dit verzoek werd door het hof afgewezen omdat het verzoek niet ter zake dienend en onvoldoende concreet was.

Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en verzoeker veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, waarbij een bedrag van € 348,38 aan verschotten en € 1.800,-- aan salaris aan de zijde van ING c.s. is toegekend. Hiermee is het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht definitief afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht afgewezen.

Uitspraak

4 september 2009
Eerste Kamer
08/02847
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. ING GROEP N.V., en
2. ING BANK N.V.,
beide gevestigd te Amsterdam,
3. [Verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaten: aanvankelijk mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk en mr. D. Vlasblom, thans mr. R.A.A. Duk.
Verzoeker tot cassatie zal hierna worden aangeduid als [verzoeker]. Verweerders in cassatie zullen hierna tezamen worden aangeduid als ING c.s. en afzonderlijk als ING Groep respectievelijk ING Bank en [verweerder 3].
1. Het geding in feitelijke instantie
Met een op 5 december 2007 ter griffie van het gerechtshof te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] het hof verzocht een voorlopig deskundigenbericht te bevelen in het kader van de bij het hof aanhangige procedures tussen [verzoeker] en [verweerder 3] (zaaknummer 106.006.210/01) en tussen [verzoeker] enerzijds en ING Bank en ING Groep anderzijds (zaaknummer 200.000.902/01).
ING c.s. hebben het verzoek bestreden.
Na mondelinge behandeling heeft het hof bij beschikking van 3 april 2008 het verzoek van [verzoeker] afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
ING c.s. hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft op 29 mei 2009 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING c.s. begroot op € 348,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 september 2009.