ECLI:NL:HR:2009:BI5912
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Beperking hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder bij faillissement wegens onbehoorlijk bestuur
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin eiseres en een medebestuurder hoofdelijk werden veroordeeld tot betaling van een voorschot en het resterende tekort van de failliete boedel van meerdere vennootschappen binnen de Simoca Groep. De curator had hen aangesproken op grond van onbehoorlijk bestuur ex art. 2:248 BW Pro.
Eiseres voerde onder meer aan dat zij haar vordering op de gefailleerde vennootschappen mocht verrekenen met de vordering van de curator. Het hof wees dit af omdat volgens art. 53 Fw Pro verrekening tussen een curator en een bestuurder niet is toegestaan wanneer de vordering van de bestuurder op de vennootschap is en de vordering van de curator op de gezamenlijke crediteuren van de vennootschap.
De Hoge Raad bevestigt dat de aansprakelijkheid van bestuurders op grond van art. 2:248 BW Pro niet jegens de gefailleerde vennootschap zelf bestaat, maar jegens de boedel. Daardoor kan een bestuurder zijn vordering op de vennootschap niet verrekenen met de vordering van de curator. Het beroep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de hoofdelijke aansprakelijkheid van eiseres wordt bevestigd met beperking tot € 200.000.