ECLI:NL:HR:2009:BI5913

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12240
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A. Hammerstein
  • O. de Savornin Lohman
  • W.D.H. Asser
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:233 BWArt. 6:234 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering schadevergoeding wegens vernietigbaarheid algemene voorwaarden

In deze zaak vorderde eiser schadevergoeding van GST Elektrotechniek & Verwarming B.V. wegens vermeende onrechtmatigheden. De rechtbank wees de vordering af, wat door het gerechtshof werd bevestigd. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde de aangevoerde klachten en oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden. De klachten waren onvoldoende om rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling te beantwoorden.

De kern van de zaak betrof de vernietigbaarheid van algemene voorwaarden op grond van artikel 6:233 onder Pro b jo artikel 6:234 lid Pro 1, aanhef en onder a, BW. De Hoge Raad bevestigde de eerdere uitspraken en wees het beroep af, waarbij eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

4 september 2009
Eerste Kamer
07/12240
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
GST ELEKTROTECHNIEK & VERWARMING B.V.,
gevestigd te 's-Gravenzande, gemeente Westland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en GST.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 10 oktober 2002 GST gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, GST te veroordelen tot vergoeding van schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met rente en kosten.
Na tussenvonnissen te hebben gewezen, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 1 maart 2006 de vordering van [eiser] afgewezen.
Tegen de vonnissen van de rechtbank heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 12 juli 2007 heeft het hof het beroep van [eiser] verworpen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
GST heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van GST begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 september 2009.