ECLI:NL:HR:2009:BI6107
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongegrondverklaring beroep in cassatie inzake douanerechten
Belanghebbende werd op drie aanslagbiljetten van 1 juli 2002 uitgenodigd tot betaling van douanerechten. Na bezwaar van belanghebbende heeft de Inspecteur bij afzonderlijke uitspraken sommige bedragen verminderd en andere gehandhaafd. Het Gerechtshof Amsterdam verklaarde de beroepen tegen deze uitspraken ongegrond.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraken van het Hof, terwijl de Staatssecretaris van Financiën een verweerschrift indiende en voorwaardelijk incidenteel beroep instelde. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van de cassatieberoepen.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel betreffende het vertrouwensbeginsel niet tot cassatie kan leiden omdat het een feitelijke beoordeling vereist die niet in cassatie kan worden getoetst. Daarnaast handhaafde belanghebbende haar stelling over het beroep op artikel 220, lid 2, letter b, CDW niet langer, waardoor behandeling van dat middel achterwege bleef.
Het incidentele beroep werd niet behandeld omdat de voorwaarde waaronder het was ingesteld niet was vervuld. De Hoge Raad veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het incidentele beroep niet behandeld.