ECLI:NL:HR:2009:BI6716
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verkennend onderzoek en toepassing art. 126gg Sv in strafzaak
In deze strafzaak werd door de verdediging aangevoerd dat het onderzoek naar het Oriëntaals Japanse restaurant [A] te [plaats] een verkennend onderzoek was in de zin van art. 126gg Wetboek van Strafvordering, zonder dat daarvoor een bevel van de officier van justitie was gegeven. Dit zou een vormverzuim opleveren dat tot strafvermindering zou moeten leiden.
Het hof oordeelde echter dat het verrichte inventariserende onderzoek, bestaande uit het verzamelen en vergelijken van gegevens van politie en andere instanties, niet kwalificeerde als een verkennend onderzoek zoals bedoeld in art. 126gg Sv. Deze bepaling heeft betrekking op grootschalige onderzoeken naar verzamelingen van personen waarbij ernstige misdrijven worden beraamd of gepleegd, en vereist een specifiek bevel van de officier van justitie.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof als juist en begrijpelijk, gelet op de tekst en de totstandkomingsgeschiedenis van art. 126gg Sv. Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde geldboete van € 45.000,- naar € 42.750,-.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de hoogte van de geldboete en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 8 september 2009.
Uitkomst: Het arrest is vernietigd voor de hoogte van de geldboete die is verminderd naar € 42.750,-, het beroep is verder verworpen.