ECLI:NL:HR:2009:BI6722
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verkennend onderzoek en toepassing artikel 126gg Wetboek van Strafvordering
In deze strafzaak stond centraal de vraag of het door de politie verrichte onderzoek naar het Oriëntaals Japanse Restaurant [A] te [plaats] kwalificeerde als een verkennend onderzoek in de zin van artikel 126gg Wetboek van Strafvordering. De verdediging stelde dat het onderzoek zonder het vereiste bevel van de officier van justitie was uitgevoerd, wat zou leiden tot een vormverzuim en strafvermindering.
Het hof had geoordeeld dat het onderzoek bestond uit het inventariseren van beschikbare gegevens bij politie en andere instanties en dat dit niet kwalificeerde als een verkennend onderzoek zoals bedoeld in artikel 126gg Sv. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel, stellende dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en het oordeel niet onbegrijpelijk was.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad ambtshalve dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, wat een vermindering van de opgelegde taakstraf tot gevolg had. De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de strafoplegging betrof en stelde het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis vast op respectievelijk 133 uren en 66 dagen.
Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen, waarmee het cassatieberoep niet slaagde. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 8 september 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde het oordeel over het verkennend onderzoek en verminderde ambtshalve de taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn.