ECLI:NL:HR:2009:BI7015
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen verkennend onderzoek volgens art. 126gg Sv en vermindert geldboete wegens termijnoverschrijding
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het onderzoek naar het Oriëntaals Japanse restaurant [A] te [plaats] kwalificeerde als een verkennend onderzoek in de zin van artikel 126gg van het Wetboek van Strafvordering. Het hof had geoordeeld dat het onderzoek, dat bestond uit het inventariseren van politiegegevens en controles op illegale werknemers, geen verkennend onderzoek was zoals bedoeld in deze wettelijke bepaling.
De verdediging voerde aan dat het onderzoek zonder het vereiste bevel van de officier van justitie was uitgevoerd, wat een vormverzuim zou opleveren en tot strafvermindering zou moeten leiden. De Hoge Raad bevestigde echter het oordeel van het hof dat gezien de tekst en de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 126gg Sv geen sprake was van een verkennend onderzoek. Het inventariserend onderzoek viel niet onder de reikwijdte van deze bepaling.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat aanleiding gaf tot vermindering van de opgelegde geldboete van 45.000 euro naar 42.750 euro. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef behalve voor de strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat geen sprake is van een verkennend onderzoek en vermindert de geldboete naar €42.750,- wegens termijnoverschrijding.