ECLI:NL:HR:2009:BI7019
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verkennend onderzoek volgens artikel 126gg Wetboek van Strafvordering
In deze strafzaak stond centraal of het door de politie verrichte inventariserend onderzoek naar een restaurant kwalificeerde als een verkennend onderzoek zoals bedoeld in artikel 126gg Wetboek van Strafvordering. De verdediging stelde dat het onderzoek zonder het vereiste bevel van de officier van justitie was uitgevoerd, wat een vormverzuim zou opleveren en tot strafvermindering zou moeten leiden.
Het hof stelde vast dat het onderzoek bestond uit het inventariseren van gegevens bij politie en andere opsporingsinstanties over illegale werknemers en mogelijke illegale verblijvers in het restaurant. Het hof oordeelde dat dit onderzoek niet viel onder de definitie van een verkennend onderzoek in de zin van artikel 126gg Sv, mede gelet op de tekst en de totstandkomingsgeschiedenis van die bepaling.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en vond dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, maar dat dit geen rechtsgevolgen had gezien de aard van de opgelegde straf.
Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 8 september 2009.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel dat geen sprake was van een verkennend onderzoek in de zin van art. 126gg Sv blijft gehandhaafd.