ECLI:NL:HR:2009:BI7128

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/10682
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • O. de Savornin Lohman
  • E.J. Numann
  • A. Hammerstein
  • J.C. van Oven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:300 lid 2 BWArt. 4:960 oud-BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling keuzelegaat en vervangende uitspraak in erfrechtelijke nalatenschap

In deze cassatieprocedure staat de uitleg en uitvoering van een keuzelegaat centraal binnen een nalatenschap. Verweerders vorderden dat eiseres medewerking zou verlenen aan het passeren van notariële akten voor de levering van registergoederen en de verdeling van een vennootschap onder firma, met een vonnis dat in de plaats zou treden van de akten indien eiseres niet zou meewerken.

De rechtbank oordeelde dat het vonnis inderdaad in de plaats treedt van de notariële akten en verklaarde dat eiseres slechts aanspraak kan maken op haar wettelijk erfdeel conform het oude recht. Eiseres stelde hoger beroep in, dat door het hof werd afgewezen en niet-ontvankelijk verklaard in een deel van het beroep.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van eiseres en bevestigt dat het vonnis in de plaats kan treden van de akten volgens artikel 3:300 lid 2 BW Pro. Tevens wordt geoordeeld dat een aan een legaat verbonden tijdsbepaling geen zelfstandige verplichting inhoudt. De kosten van het geding worden aan eiseres opgelegd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het vonnis dat in de plaats treedt van de notariële akten wordt bekrachtigd.

Uitspraak

4 september 2009
Eerste Kamer
07/10682
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
1. [Verweerder 1], pro se en in hoedanigheid van (opvolgend) executeur testamentair in de nalatenschappen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2], pro se en in hoedanigheid van (opvolgend) executeur testamentair in de nalatenschappen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. J. van Duijvendijk-Brand, thans mr. M.E.M.G. Peletier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres], [verweerder 1] en [verweerster 2].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]) de weduwe van [betrokkene 1] (hierna: erflater) en [verweerder 1] en [verweerster 2] hebben bij exploot van 7 februari 2003 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank Roermond en gevorderd, kort gezegd;
- [eiseres] te veroordelen tot medewerking (op verbeurte van een dwangsom) aan het passeren van de notariële akten conform de conceptakten gehecht aan de inleidende dagvaarding en inhoudende de afgifte van het keuzelegaat aan [betrokkene 2] en de levering van de door haar gekozen zaken, alsmede inhoudende de afgifte van het legaat van vruchtgebruik en de vestiging van het vruchtgebruik op de in de conceptakte genoemde onroerende zaken;
- [eiseres] te veroordelen tot medewerking (op verbeurte van een dwangsom) aan de verdeling van de VOF [A] en aan de levering van de tot het bedrijf behorende onroerende zaken conform de conceptakte, gehecht aan de inleidende dagvaarding;
- te bepalen dat het vonnis in de plaats zal treden van de akte tot afgifte van het legaat van [betrokkene 2] en/of de akte tot verdeling van het vermogen van de VOF indien en voor zover [eiseres] niet aan de voormelde veroordelingen zal voldoen;
- voor recht te verklaren dat [eiseres] ingevolge paragraaf XII van het testament slechts aanspraak kan maken op haar wettelijk erfdeel.
[Eiseres] heeft de vorderingen bestreden en, in (voorwaardelijke) reconventie, gevorderd, kort gezegd, schadevergoeding wegens onrechtmatige daad.
Bij tussenvonnis van 2 juli 2003 heeft de rechtbank een comparitie van partijen gelast. In verband met het overlijden van [betrokkene 2] op 22 augustus 2003, is het geding geschorst. Vervolgens is de procedure voort gezet door [betrokkene 3] in zijn hoedanigheid van (opvolgend) executeur in de nalatenschap van erflater en executeur in de nalatenschap van [betrokkene 2].
De rechtbank heeft bij eindvonnis van 26 januari 2005 in conventie bepaald dat het vonnis in de plaats treedt van de op te maken notariële akten, zoals deze ieder als concept aan het vonnis zijn gehecht, en waarvan de inhoud geacht moet worden hier te zijn ingelast, met uitzondering van het gedeelte dat hiervoor in rov. 7.7 is genoemd en voor recht verklaard dat ingevolge paragraaf XII van het testament van de erflater [eiseres] slechts aanspraak kan maken op haar wettelijk erfdeel ex art. 4:960 oud Pro-BW zoals dit gold voor 1 januari 2003. In reconventie heeft de rechtbank het gevorderde afgewezen.
Tegen beide vonnissen heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch en bij memorie van grieven haar eis vermeerderd.
Bij arrest van 27 maart 2007 heeft het hof [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen het tussenvonnis van 2 juli 2003, het eindvonnis van de rechtbank bekrachtigd, en hetgeen bij wijze van vermeerdering van eis in hoger beroep is gevorderd afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Bij conclusie van antwoord, tevens houdende akte schorsing en hervatting van het geding, hebben [betrokkene 3] q.q. en [verweerder 1] en [verweerster 2], geconcludeerd tot verwerping en tevens akte gevraagd ertoe strekkende dat [betrokkene 3] - die als executeur van de nalatenschappen van erflater en [betrokkene 2] in het onderhavige geding was betrokken en die als executeur is opgevolgd door [verweerder 1] en [verweerster 2] - als partij in cassatie wordt vervangen door [verweerder 1] en [verweerster 2] in hun hoedanigheid van opvolgend executeurs in genoemde nalatenschappen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] en [verweerster 2] begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 september 2009.