ECLI:NL:HR:2009:BI8148
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid aanvraag tot herziening arrest Hoge Raad wegens ontbreken einduitspraak veroordeling
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een arrest waarbij het cassatieberoep van de aanvraagster was verworpen. De aanvraag betrof geen einduitspraak houdende veroordeling in de zin van artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, waardoor de aanvraag niet-ontvankelijk was.
Ten overvloede overwoog de Hoge Raad dat ook indien de aanvraag betrekking had op het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de aanvraagster was veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens onttrekking aan het bevoegd opzicht, de aanvraag niet-ontvankelijk zou zijn. Dit omdat de aanvraag geen door bewijsmiddelen gestaafde nieuwe omstandigheden bevatte die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkverklaring of een lichtere straf zou hebben geleid.
De Hoge Raad verwees naar de wettelijke eisen voor herziening zoals neergelegd in artikel 457 en Pro 459 Sv en concludeerde dat de aanvraag niet voldeed aan deze vereisten. Daarom werd de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk verklaard en werd het arrest van 12 februari 2008 gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken van een einduitspraak houdende veroordeling en het ontbreken van nieuwe herzieningsgronden.