ECLI:NL:HR:2009:BI8560

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01000 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt toepassing art. 359 lid 2 Sv niet op standpunten in raadkamer bij klaagschrift

In deze zaak stond een cassatieberoep centraal tegen een beschikking van de Rechtbank Zwolle-Lelystad inzake een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv. De klaagster stelde dat de rechtbank in strijd met artikel 359, tweede lid, Sv was afgeweken van een duidelijk en onderbouwd standpunt van de verdediging zonder de daarvoor geldende motieven te geven.

De Hoge Raad overwoog dat artikel 359, tweede lid, Sv niet bedoeld is voor standpunten die tijdens de behandeling van een klaagschrift in raadkamer worden ingenomen. Dit betekent dat de rechtbank niet verplicht is om de redenen voor het afwijken van dergelijke standpunten te motiveren.

Op basis hiervan verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigde dat de procedurele regels rond motivering niet van toepassing zijn op de raadkamerbehandeling van klaagschriften. De zaak werd daarmee definitief afgedaan.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat art. 359, tweede lid, Sv niet van toepassing is op standpunten in raadkamer bij klaagschriften.

Uitspraak

15 september 2009
Strafkamer
nr. 08/01000 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Zwolle-Lelystad van 13 februari 2008, nummer RK 07/1422, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. N.C. Milani, advocaat te Lelystad, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank Zwolle-Lelystad, opdat de zaak op het klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel, waarin niet wordt geklaagd over het ontbreken van het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer, klaagt dat de Rechtbank is afgeweken van een standpunt van de verdediging, dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van de Rechtbank naar voren is gebracht, maar in strijd met art. 359, tweede lid, Sv niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die daartoe hebben geleid.
2.2. Het middel faalt omdat het miskent dat art. 359, tweede lid, Sv niet het oog heeft op een ter gelegenheid van de behandeling van een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv in raadkamer ingenomen standpunt.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 september 2009.