ECLI:NL:HR:2009:BI9245
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens overschrijding redelijke termijn bij taakstraf
Op 23 juni 2009 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 1 december 2006. Het beroep was ingesteld tegen een strafzaak waarin verdachte was veroordeeld tot een taakstraf van zestig uren, waarvan dertig uren voorwaardelijk.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Tevens stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Gezien de lichte aard van de opgelegde taakstraf en de mate van overschrijding zag de Hoge Raad geen aanleiding om aan de overschrijding van de redelijke termijn rechtsgevolgen te verbinden. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn, zonder rechtsgevolgen.