ECLI:NL:HR:2009:BI9274
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Blanco paspoorten kwalificeren als reisdocumenten in strafrechtelijke zin
In deze strafzaak stond centraal of blanco paspoorten, die niet gepersonaliseerd zijn en voorzien van imitatie-echtheidskenmerken, kunnen worden aangemerkt als reisdocumenten in de zin van artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Verdachte werd verweten in het bezit te zijn van dergelijke valse Italiaanse, Belgische en Spaanse paspoorten.
De verdediging stelde dat deze blanco documenten slechts grondstoffen zijn en daarom niet als reisdocumenten kwalificeren, waardoor verdachte vrijgesproken zou moeten worden. Het hof verwierp dit verweer op grond van de wetsgeschiedenis en het doel van artikel 231 Sr Pro, dat fraude met zowel Nederlandse als buitenlandse reisdocumenten wil bestrijden.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en stelde dat noch de tekst noch de wetsgeschiedenis van artikel 231 Sr Pro of de Paspoortwet steun biedt aan een beperkte uitleg van het begrip 'reisdocument' die alleen gepersonaliseerde documenten omvat. De Hoge Raad wees op de Memorie van Toelichting waarin expliciet wordt gesproken over blanco reisdocumenten als onderdeel van de levensloop van een reisdocument.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef. Hiermee is bevestigd dat ook blanco paspoorten strafrechtelijk als reisdocumenten worden beschouwd, met het oog op het tegengaan van fraude en vervalsing.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat blanco paspoorten als reisdocumenten in de zin van art. 231 Sr gelden en verwerpt het cassatieberoep.