ECLI:NL:HR:2009:BI9277
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens ontbreken van middel over proces-verbaal terechtzitting
Het cassatieberoep is ingesteld tegen een vonnis van de Kantonrechter te Amsterdam van 30 oktober 2007. De verdachte stelde een middel van cassatie voor dat klaagde over de verwerping van een verweer dat in het vonnis van de Kantonrechter was weergegeven. Echter, het middel richtte zich niet op het ontbreken van het proces-verbaal van de terechtzitting, terwijl dit een grond was die door de Advocaat-Generaal werd aangevoerd.
De Hoge Raad overwoog dat een middel dat niet klaagt over het ontbreken van het proces-verbaal van de terechtzitting niet tot cassatie kan leiden. Dit volgt uit artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering, en het middel noopt niet tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef het vonnis van de Kantonrechter in stand. De zaak werd niet terugverwezen, ondanks het advies van de Advocaat-Generaal tot vernietiging en terugwijzing.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, en uitgesproken op 23 juni 2009.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het middel niet klaagt over het ontbreken van het proces-verbaal van de terechtzitting.