ECLI:NL:HR:2009:BI9816
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing 30%-regeling bij verhuizing naar Nederland om privéredenen
Belanghebbende, een Nederlandse nationaliteit bezittende werknemer, verzocht in 2001 om toepassing van de 30%-regeling op grond van artikel 15a van de Wet op de loonbelasting 1964. De Inspecteur wees dit verzoek af, wat door belanghebbende werd aangevochten. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond, met de overweging dat belanghebbendes verhuizing naar Nederland geen wezenlijke wijziging in zijn werkzaamheden bracht en puur op eigen initiatief en privéredenen plaatsvond.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat belanghebbende niet kan worden aangemerkt als een 'gezonden werknemer' in de zin van artikel 8, lid 2, letter b, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. Dit betekent dat de 30%-regeling niet van toepassing is. Tevens wordt geoordeeld dat de weigering van de regeling geen schending vormt van het EG-Verdrag.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest bevestigt de strikte toepassing van de 30%-regeling en benadrukt het belang van het verband tussen de arbeidsrelatie en de verhuizing voor de toepassing ervan.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de 30%-regeling wordt niet toegepast omdat de verhuizing puur privé was.