ECLI:NL:HR:2009:BJ2012
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardebepaling BPM bij import gebruikte personenauto
Belanghebbende kocht in Duitsland een gebruikte personenauto en deed in 2003 aangifte BPM bij registratie in Nederland. Hij berekende de BPM op basis van de netto catalogusprijs met een vermindering volgens de Wet BPM. Het bezwaar tegen de aanslag werd door de inspecteur en het hof afgewezen, waarbij het hof de inruilwaarde als uitgangspunt verwierp.
In cassatie stelde belanghebbende dat de BPM niet mag worden berekend op de verkoopwaarde van reeds in Nederland geregistreerde gebruikte auto's, omdat dit leidt tot een hogere heffing dan op gelijksoortige auto's die al in Nederland geregistreerd zijn. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 90 EG Pro zich verzet tegen een stelsel waarbij de BPM-heffing hoger is dan de belasting die rust op een gelijksoortige gebruikte auto die al in Nederland geregistreerd is.
De Hoge Raad stelt dat voor de BPM-berekening de inkoopprijs van de gebruikte auto moet worden gehanteerd en niet de verkoopwaarde, omdat anders de marge van de handelaar in de heffing wordt betrokken. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het cassatiegeding en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. De zaak betreft een belangrijke uitleg van de waardebepaling voor BPM bij import van gebruikte auto's.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor beoordeling waarbij de BPM moet worden berekend op basis van de inkoopprijs van de gebruikte auto.