ECLI:NL:HR:2009:BJ3241
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afzien van hernieuwde oproeping niet verschenen getuige in strafzaak
In deze strafzaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verdachte was veroordeeld tot een taakstraf en vervangende hechtenis. De verdediging klaagde dat het Hof ten onrechte had afgezien van het horen van een belangrijke getuige, omdat deze niet was verschenen en de verdediging geen mogelijkheid had gekregen hem te ondervragen.
De Hoge Raad overwoog dat het Hof terecht had geoordeeld dat het onaannemelijk was dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn zou verschijnen, mede omdat het onderzoek al tweemaal was geschorst en de getuige niet op zijn adres was aangetroffen en telefonisch onbereikbaar was. Dit oordeel was niet onbegrijpelijk of onjuist juridisch.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, waardoor de opgelegde taakstraf en vervangende hechtenis werden verminderd. Het beroep werd voor het overige verworpen en het arrest werd vernietigd uitsluitend voor de strafmaat.
De uitspraak benadrukt het belang van een redelijke termijn in strafzaken en bevestigt de mogelijkheid voor het Hof om af te zien van hernieuwde oproeping van een niet verschenen getuige onder strikte voorwaarden.
Uitkomst: De taakstraf werd verminderd tot 228 uren en de vervangende hechtenis tot 114 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep werd verder verworpen.