ECLI:NL:HR:2009:BJ3458
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht
Op 8 september 2009 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 3 september 2007. Het beroep was ingesteld door de verdachte, bijgestaan door mr. G. Spong. De Advocaat-Generaal Vellinga adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was, aangezien het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het betrof een strafzaak waarin het begrip misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht aan de orde was, zoals geregeld in het toenmalige art. 250a Sr (thans art. 273f Sr).
Het arrest werd gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest van het hof blijft in stand.